* Creoolse muziek * Hindoestaanse muziek *

INSTRUMENTEN UIT DE CREOOLSE MUZIEK
KAWINA

De kawina is een membrafoon. Het is een grote tweevellige bastrommel uit Suriname die met een enkele stok bespeeld wordt. De kawina is karakteristiek voor de gelijknamige creoolse kawina muziek.
KWA-KWA BANGI

De kwa-kwa bangi is een idofoon. Het is een traditioneel instrument uit de creoolse muziek in Suriname. Het instrument wordt bespeeld in de kawina muziek. De kwa-kwa bangi is een soort van houten voetenbankje waarop met stokken een basisritme wordt gespeeld.
SKRATSJI

De skratsji is een grote trom uit Suriname met een bekken bovenop. Het is dus eigenlijk een combinatie van een membrafoon (de trom), en een idofoon (het bekken). De skratsji wordt meestal op de buik gedragen, maar soms ook op een standaard neergezet. Het is karakteristiek voor de kaseko muziek, waar de skratsji het basisritme aangeeft.
SCHUDBUS

De schudbus of zigzag behoort tot de idofonen. Het is een bus of koker gevuld met steentjes of zaden. Het instrument komt uit Suriname. De schudbus is een ritme-instrument uit de kaseko muziek.
SAXOFOON

De saxofoon is een koperen instrument. Maar door het enkel riet wordt de saxofoon gerekend tot de houten blaasinstrumenten. De saxofoon wordt in de 20e eeuw afgeleid van de klarinet. Sindsdien is dit instrument in de hele wereld niet meer weg te denken uit de populaire muziek. De saxofoon maakt deel uit van de meeste westerse orkesten, maar speelt als solo-blaasinstrument ook een grote rol in de Surinaamse kaseko muziek.
TROMBONE

De trombone is een koperen blaasinstrument dat ook wel 'schuiftrompet' genoemd wordt. De spanning van de lippen op het mondstuk brengt de toon voort. De toon kan met behulp van het in -of uitschuiven van de schuifstang glijdend van toonhoogte veranderen. De trombone is onderdeel van een westers orkest, maar komt samen met andere koperblazers ook voor in de Surinaamse kaseko muziek.
TROMPET

De trompet is een koperen blaasinstrument met kleppen. De spanning van de lippen op het mondstuk brengt de klank voort. Het wel of niet indrukken van de kleppen maakt daarna de verschillende tonen. De trompet is onderdeel van een westers orkest, maar komt samen met andere koperblazers ook voor in de Surinaamse kaseko muziek.
INSTRUMENTEN UIT DE HINDOESTAANSE MUZIEK
DHAPLA

De dhapla is een membrafoon. Het is een grote éénvellige lijsttrom die met een stok wordt bespeeld. De dhapla komt oorspronkelijk uit India, maar wordt ook in de Hindoestaanse muziek uit Suriname bespeeld.
DHOOL

De dhool is een membrafoon. Het is een tweevellige houten cylindervormige trom uit India. De dhool komt ook in de Hindoestaanse muziek uit Suriname voor.
DJINTAAL

De djintaal, dhintaal of dandtaal is een idofoon. Het is een stalen staaf van ongeveer een meter lang. De staaf wordt met een U- of hoefijzervormig metalen voorwerp aangeslagen. De djintaal is afkomstig uit Suriname. Als onderdeel van baithak gana ensembles is het karakteristiek voor de Surinaams-Hindoestaanse muziek.
HARMONIUM

Het harmonium is een register blaasinstrument. Het heeft een verticale blaasbalg die met de hand wordt bespeeld. Het harmonium komt uit West-Europa en belandt van daaruit terecht in India. Indiase immigranten nemen het harmonium op hun beurt mee naar Suriname. Daar is het instrument karakteristiek voor de Surinaams-Hindoestaanse muziek.
KARTAAL

De kartaal zijn idofoon. Het zijn een soort grote castagnetten met belletjes en ze komen uit Suriname. Kartaal zijn karakteristiek voor de Surinaams-Hindoestaanse muziek.
KHANDJARI

De khandjari is een soort tamboerijn met maar een paar bekkens. De bekkens zijn idofoon. Maar ze zijn hier gecombineerd met een lijsttrom, die natuurlijk membrafoon is. De khandjari komt oorspronkelijk uit India, maar wordt ook bespeeld in de Hindoestaanse muziek uit Suriname.
NAGARA

De nagara is een membrafoon. Meestal gaat het om een ketelvormige trommel die bespeeld wordt met stokken. De nagara komt oorspronkelijk uit India, maar wordt ook bespeeld in de Surinaams-Hindoestaanse muziek.
SITAR

De sitar is een tokkelinstrument uit India. Het instrument heeft meestal vijf speelsnaren en extra snaren die meeklinken. De sitar heeft een lange hals met losse toonrichels en een kalebas als klankversterker. De zingende klank en de glijdende toonschalen zijn karakteristiek voor dit instrument. De sitar wordt ook in de Surinaams-Hindoestaanse muziek veel gebruikt.